Oost-Brabant loopt voorop als het gaat om de aanpak van mensenhandel. De tijd dat gemeenten gedwongen prostitutie en criminele uitbuiting nauwelijks serieus namen, lijkt voorbij.

Gemeenten maken steeds meer werk van het aanpakken van de verschillende vormen van mensenhandel. Met Oost-Brabant als braafste jongetje van de klas. Het is een van de weinige regio’s waar hierover regulier overleg is en actief wordt gespeurd. Dat zegt Herman Bolhaar, Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen, die daarover vandaag in Eindhoven ook spreekt bij de bijeenkomst ‘Samen tegen Mensenhandel’.

Gemeenten zijn, net zoals bijvoorbeeld bij huiselijk geweld, verantwoordelijk voor het opvangen van slachtoffers van mensenhandel. Dat kan variëren van minderjarige jongens of meisjes die worden gedwongen tot prostitutie en kinderen die van hun familie moeten zakkenrollen tot en met arbeidsmigranten die onder erbarmelijke omstandigheden werken. In praktijk kwam er van die opvang echter bedroevend weinig terecht, zag ook Bolhaar: “Twee jaar geleden had 95 procent van de gemeenten geen aanpak voor mensenhandel en een derde had zelfs geen idee of het bij hen plaatsvond.”

Grote verschillen

In elke regio moet bijvoorbeeld een centraal aanspreekpunt zijn voor slachtoffers van mensenhandel. Dat bleek twee jaar geleden in 19 van de 35 regio’s het geval. In Brabant was dit alleen in de regio Eindhoven (met veertien omliggende gemeenten) goed geregeld. In maart kwam er in Helmond en De Peel zo’n aanspreekpunt: een zorgcoördinator. Doordat ook regio’s als Tilburg en Den Bosch volgden, staat de teller inmiddels op 30 van de 35 regio’s.

De cijfers komen van CoMensha, het landelijke coördinatiecentrum tegen mensenhandel. Die ziet wel grote verschillen: „In Eindhoven heb je bijvoorbeeld meerdere zorgcoördinatoren, in Helmond moet een ambtenaar dat allemaal in haar eentje doen”, zegt Brian Varma. „Maar het kwartje is de laatste tijd wel gevallen bij veel gemeenten.”

Elke gemeente

„Dat was ook nodig”, zegt Bolhaar. Maar niet langer wegkijken, is volgens hem niet voldoende: „Gemeenten zouden in kaart moeten brengen wat de risicosectoren zijn voor mensenhandel en daar ook actief op controleren.” Oost-Brabant is volgens hem een van slechts vier regio’s waar hierover met enige regelmaat overleg plaatsvindt. Ook speurt het Peelland Interventie Team actief naar mensenhandel. Bolhaar: „Dat zou overal moeten gebeuren. Mensenhandel kent vele vormen, daardoor weet je één ding zeker: het komt in elke gemeente voor.”

Bron: Ed.nl