Exploitant van privéclub moet omzetbelasting betalen over zijn gehele omzet zonder aftrek van aan de voor hem werkzame prostituees betaalde vergoedingen.
Casus
Een man (de exploitant) exploiteert een in een als woonhuis ogend pand een privéclub waarin prostituees werkzaam zijn. Hij heeft een bedrijfsleidster in dienst die gedurende de openingstijden aanwezig is om toezicht te houden. Zij controleert ook de naleving van de door de exploitant opgestelde regels met betrekking tot de omgang met klanten.
Werktijden in onderling overleg
De exploitant stelt in onderling overleg met de prostituees de werktijden vast. Daaraan moeten zij zich houden. Zij mogen zich echter eventueel wel laten vervangen. De klant krijgt de dienst als één geheel in één prijs aangeboden. Er is geen prijsverschil tussen de verschillende werkkamers in het pand. Het maken van de prijsafspraken en het afrekenen met de klant gebeurt door de exploitant, de bedrijfsleidster of de betreffende prostituee. De exploitant rekent iedere dag contant met de prostituees af. Zij krijgen in het algemeen geen garantieloon.
Omzetbelasting afgedragen
De exploitant heeft over het tijdvak 1 januari 1999 tot en met 31 december 2002 omzetbelasting afgedragen over het verschil tussen de van de klanten ontvangen bedragen en de door hem aan de prostituees vergoede bedragen; hij is van mening dat sprake is van vrijgestelde kamerverhuur. De inspecteur heeft hem vervolgens een naheffingsaanslag omzetbelasting en een boete opgelegd die in bezwaar zijn gehandhaafd.
De rechtbank heeft het door de exploitant ingestelde beroep voor wat betreft de boete gegrond verklaard en voor het overige ongegrond. De exploitant heeft vervolgens hoger beroep ingesteld.
Geschil
Het gaat in deze zaak voornamelijk om de vraag of de naheffingsaanslag en de boete terecht zijn opgelegd.
Beoordeling
Het Hof stelt voorop dat de exploitant als ondernemer voor de omzetbelasting is aan te merken. Dat de man in 2001 een C.V. heeft opgericht, doet daar niet aan af.
Gelegenheid geven
Voor de beantwoording van de vraag of sprake is van - van omzetbelasting vrijgestelde - kamerverhuur dan wel van het gelegenheid geven tot prostitutie moet volgens het Hof worden uitgegaan van de afnemer van de prestatie, in dit geval de klant. Aan hem wordt één bedrag in rekening gebracht. Er zijn dus geen afzonderlijke overeenkomsten voor de diensten van de prostituees en de verhuur van kamers.
Op grond van de vastgestelde feiten is het Hof van oordeel dat de exploitant gelegenheid geeft tot prostitutie. Dit is een belaste prestatie voor de omzetbelasting. De omzetbelasting moet worden afgedragen over de gehele omzet; de door de exploitant aan de prostituees betaalde bedragen mogen niet in aftrek worden gebracht.
Gelet op het feit dat sprake is van een samengestelde prestatie van de zijde van de exploitant had deze naar het oordeel van het Hof moeten begrijpen dat over de gehele omzet omzetbelasting moest worden afgedragen. De door de Rechtbank opgelegde boete acht het Hof daarom passend en geboden.
Het Hof verwerpt tot slot het beroep van de man op gewekt vertrouwen en op het gelijkheidsbeginsel.
Beslissing
Het Hof verklaart het beroep van belanghebbende ongegrond en bevestigt de uitspraak van de Rechtbank.
Bron: Salarisnet










